
Als de kinderen uit huis gaan: een nieuwe start voor ouders?

Wie kijkt uit naar een leeg nest? En mag je dat zomaar doen? “Zeker”, aldus socioloog en therapeut Karen van den Broeck. “Je kinderen opvoeden is onze taak en plicht. Daarna liggen er mooie kansen in het verschiet: voor jezelf én je partnerrelatie.”
De kinderen van Piet Desmet (50) studeren allebei aan de KU Leuven. Dochter Febe zit op kot, zoon Jomme loopt stage in Tanzania. “Eerst ging Jomme op kot, twee jaar later Febe”, begint hij. “Mijn partner Sandra en ik vonden vrij snel een nieuw evenwicht. Hoe zelfstandiger je kinderen worden, hoe meer tijd er vrijkomt voor jezelf, voor oude hobby’s en voor elkaar. Dat ik sinds enkele jaren deeltijds werk, vergrootte het effect nog. Vandaag ben ik drie dagen op zeven vrij, zonder veel verplichtingen. Ik sta er niet zo vaak bij stil, maar eigenlijk biedt dat een zee van opportuniteiten. Ik kan voetballen met vrienden, fietsen wanneer ik wil, uitgaan met Sandra zonder een babysit te moeten regelen. Er ligt minder op de plank dan vroeger, en dat voelt goed zo.”
Florist
Net toen Jomme en Febe uitvlogen, verloor Sandra haar job. Ze gaf haar loopbaan een andere wending en schoolde zich om tot florist. Dat zorgde voor onzekerheid maar Piet steunde haar project helemaal. “Intussen heeft Sandra een eigen bloemenpluktuin en bloemenwinkel. Haar nieuwe zaak draait goed en dat hebben we voor een stuk samen gerealiseerd. Het bracht ons dichter bij elkaar. Vijf of tien jaar geleden hadden we zoiets waarschijnlijk niet gedurfd. Toen lag de hoofdfocus op de kinderen. We voedden hen op, zorgden dat ze op hun hobby’s raakten en hielden een groter huishouden draaiende. Dan is de tijd voor andere projecten automatisch kleiner.”
Socioloog en relatietherapeut Karen Van den Broeck schreef een boek over het lege nest. In de titel liet ze het woord ‘syndroom’ bewust weg. Van den Broeck: “Syndroom suggereert iets pathologisch, terwijl uitvliegende kinderen een heel natuurlijk gegeven zijn. Het is onze taak en plicht om hen op te voeden tot zelfstandige volwassenen die hun plek vinden in de wereld. Ik begrijp dat een leeg nest voor sommige mensen als een verlies aanvoelt, maar het antwoord daarop is loslaten, niet krampachtig proberen behouden wat er ooit was. Het leven zit vol overgangen en daar hoort een leeg nest ook bij.” In haar boek verwijst Van den Broeck uitgebreid naar de kansen die een leeg nest biedt. “Het verhaal van Piet en Sandra illustreert dat mooi. De vrijgekomen tijd kreeg een nieuwe, betekenisvolle invulling.”
Oefenen voor later
Koppels die altijd bleven investeren in hun relatie vinden volgens Van den Broeck sneller een nieuw evenwicht. Evident is dat niet. “Helaas moeten ouders vandaag zo veel ballen in de lucht houden dat ze zichzelf of hun partner soms verwaarlozen. Ze zijn samen ouder, maar vergeten elkaars partner te zijn. Dat kan de overgang naar een leeg nest bemoeilijken. Want wie zijn wij nog, als we niet meer samen voor onze kinderen kunnen zorgen?”
Ze adviseert om de jaren nadat je kinderen het huis verlieten met beide handen te grijpen. “Dan zijn er vaak nog geen zorgen voor kleinkinderen, noch voor je eigen ouders. Het is een periode waarin je jezelf kan heruitvinden; persoonlijk en professioneel. Ik merk dat gescheiden ouders soms soepeler met dat nieuwe normaal omgaan. Vaak ervaren zij al eerder wat een leeg nest betekent, bijvoorbeeld omdat ze hun kinderen maar week om week zien. Dat creëert een soort oefenruimte. Hoe vul ik mijn tijd zonder de kinderen in? Dat gescheiden ouders meer last zouden hebben van een leeg nest, klopt dus zeker niet altijd. Ook al zagen ze hun kinderen minder vaak tijdens het opgroeien. Het concept ‘leeg nest’ evolueert en krijgt een minder eenduidige invulling. Je ziet overal eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, mensen die voor een collectieve woonvorm kiezen, enzovoort. Het klassieke kerngezin bestaat nog, maar daarnaast is er veel variatie.”
Rituelen
“Hoe definieer je een leeg nest?”, vraagt Van den Broeck zich af. “Is het een mentale of fysieke kwestie? Sommige mensen ervaren het als hun kroost de eerste keer alleen naar school fietst. Anderen als ze op Chirokamp vertrekken of liever met hun vrienden op vakantie gaan dan met jou. Als alles goed gaat, nemen kinderen die opgroeien verschillende hordes. Bij elke nieuwe horde groeit hun zelfstandigheid en hebben ze je minder nodig. Je kinderen vertrekken meestal niet van de ene op de andere dag. Dat geeft je in theorie meer tijd om te wennen en verschilt met hoe het vroeger ging. Toen woonden kinderen thuis tot hun trouwdag. Het huwelijk vormde een duidelijke scheidslijn tussen verleden en toekomst. Iedereen kende dat ritueel. Vandaag is de scheidingslijn veel minder scherp: kinderen verlaten hun ouderlijk huis zonder veel symboliek. Nochtans hebben we echt nood aan rituelen, al is het maar een afscheidsetentje. Mensen verteren grote overgangen beter als we daar bewust en samen bij stilstaan.”
Emoties toelaten
Soms loopt je gevoel achter op wat je eigenlijk al weet. Van den Broeck: “Mijn zoon woonde al een tijdje samen met zijn vriendin toen hij op een bepaald moment zei: ‘Ik ga naar huis.’ Daarmee bedoelde hij zijn nieuwe woonplek. Zijn woorden troffen me als moeder, ik moest achteraf ventileren bij vriendinnen. Blijkbaar was zijn thuis nu elders.”
Ze adviseert om emoties niet weg te duwen. “Verdriet, blijdschap, opluchting, boosheid … bij belangrijke overgangen is elk gevoel mogelijk én normaal. Deel ze met anderen. Stel je de vraag wat ze betekenen en zoek hulp als bepaalde emoties je hinderen in je dagelijks leven. Maar weet dat geen enkel gevoel tot schaamte of stilte hoeft te leiden. Zo is het niet verkeerd om blij te zijn met de extra ruimte die een leeg nest biedt, letterlijk en figuurlijk. Soms voelen ouders zich ook opgelucht omdat het samenwonen tot spanningen leidde. Wat afstand kan wonderen doen, ook voor de relatie met je kinderen. Bovendien heeft elke levensfase uitdagingen én charmes. Probeer te koesteren wat er is, hier en nu. Heimwee naar wat voorbij is of uitkijken naar wat nog moet komen, staat dat soms in de weg.”
Wat afstand kan wonderen doen, ook voor de relatie met je kinderen.
“Wees ook niet te streng voor jezelf”, vervolgt ze. “Net voor het uitvliegen mag je gerust met volle overgave voor je kinderen zorgen. Ik was onlangs bij een vriendin en zag hoe ze sinaasappelen perste voor haar drie bijna volwassen zonen. ‘Wat doe je nu?’, vroeg ik. ‘Ik wil nog even hun zorgende mama zijn’, reageerde ze. ‘Volgend jaar is dat misschien voorbij.’ Ze had een punt. Waarom zou je niet in je klassieke rol mogen schieten als dat voor iedereen prima is?”
“Sandra laat letterlijk alles vallen als ze hoort dat onze dochter komt eten”, reageert Piet. “Dan verdwijnt ze helemaal in haar moederrol. Ergens is dat wel mooi. Je blijft altijd iemands ouder, ook al is je dochter perfect zelfstandig.” Op die zelfstandigheid van Jomme en Febe is Piet apetrots. “Je kinderen een warme basis meegeven, ze helpen opgroeien en hen vervolgens ‘overdragen’ aan de samenleving is bijzonder. Zeker omdat ze ook na jouw inspanning nog doorgroeien. Aan de universiteit, door zelfstandig te wonen, leven, reizen, enzovoort. Op een bepaald moment ontmoet je hen dan opnieuw, als volwassene, en zie je dat je je werk goed gedaan hebt. Dat geeft veel voldoening.”
Opnieuw ontmoeten
De week voor dit gesprek had Piet zo’n ontmoeting. Hij bezocht zijn zoon die enkele maanden in Tanzania verblijft. “Eigenlijk wist ik niet goed wat te verwachten. Wie zou ik aantreffen? Hoe was Jomme ook alweer toen hij nog thuis woonde? Zijn maturiteit viel onmiddellijk op. De Jomme in Afrika bleek een pak volwassener te zijn dan de Jomme die ik me herinnerde. Als we iets moesten regelen of vragen, voerde hij het woord. Hij had ook een mooie band met de mensen ter plekke. We trokken een week samen op, het was fantastisch om dat als vader en zoon te doen, maar ook als twee volwassenen, als gelijken in zekere zin.”
“Sandra en ik hebben er alles aan gedaan om Jomme en Febe een warm, veilig nest te bieden. Als jonge papa nam ik al mijn ouderschapsverlof op en had ik het geluk dat ik vaak vroeg kon stoppen met werken. Het zorgde voor een hechte band en een basis die hen alle groeikansen bood. Bijna altijd gaven ze zélf aan wanneer ze zich klaar voelden voor een volgende stap. We hebben dat nooit geforceerd of in hun plaats moeten doen. Uiteraard heb je soms de neiging om je kinderen zaken uit handen te nemen. Omdat je vroeger zo veel voor hen gedaan hebt. Toch moet je hen vooral laten doen, denk ik. Zonder vrees. Als je hen helpt opgroeien tot veilig gehechte volwassenen, weet je dat ook de allerlaatste stap alleen maar een tijdelijk tot ziens is. Nooit een definitief vaarwel.”
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier